Preparatie omvat al datgene dat moet worden voorbereid om incidenten te kunnen bestrijden. Het bureau prepartie/repressie en nazorgheeft daarbij als taak het opstellen en invoeren van procedures, instructies en plannen. Daarnaast beheert het bureau prepartie/repressie en nazorg operationele gegevens en ontwikkelt het specifiek kaartmateriaal ten behoeve van het repressief brandweeroptreden.
Enkele voorbeelden van plannen en procedures zijn:
- Procedure alarmeren van bevolking door sirenes;
- Procedure alarmering en opschaling brandweereenheden;
- Procedure verbindingen met C2000 verbindingsnetwerk.
Repressie omvat alle daadwerkelijke handelingen en werkzaamheden die nodig zijn om een incident te bestrijden. Dit varieert van het daadwerkelijk blussen van een brand tot het bevrijden van beknelden uit een auto. Ook het uitvoeren van metingen naar gevaarlijke stoffen, coördineren van een inzet door leidinggevenden en het ontsmetten van mensen en dieren behoort tot repressie. Het bureau prepartie/repressie en nazorg houdt zich met name bezig met de voorbereidingen op repressieve werkzaamheden.De 18 brandweerkorpsen van de regio Noord- en Midden Limburg voeren de repressieve taken uit.
Operationele organisatie
Basisbrandweerzorg
Binnen de regio Noord- en Midden Limburg levert ieder gemeentelijk brandweerkorps de zogenaamde basisbrandweerzorg. Onder basisbrandweerzorg valt:
- het bestrijden van brand;
- het uitvoeren van een technische hulpverlening (zoals het bevrijden van mensen uit een auto);
- het beginnen met optreden bij een incident met gevaarlijke stoffen*;
- het beginnen met optreden bij een waterongeval (zoals bijvoorbeeld en auto te water)*.
* Voor deze incidenten is vaak specialistische kennis en materieel nodig. Dat is niet bij alle korpsen ondergebracht (zie specialistische taken).
Opgeschaalde zorg
Op het moment dat een incident groter wordt en meer mensen en materieel nodig zijn praten we over opgeschaalde zorg. Bij de brandweer kennen we een standaard opschaling:
Klein, middel, groot en zeer groot. Bij ieder niveau horen meer mensen en materieel. Zo zal bij een kleine brand een tankautospuit (basisvoertuig van de brandweer) met 6 brandweerlieden de klus klaren. Bij middelbrand komen 2 tankautospuiten, bij grote brand 3 en bij een zeer grote brand 4.
Door het hanteren van de opschaling kan voor ieder incident hulp op maat geleverd worden. Naast de tankautospuiten kunnen er nog diverse specialistische voertuigen en mensen toegevoegd worden voor de hulpverlening. Denk bijvoorbeeld maar aan een ladderauto of hulpverleningswagen met divers gereedschap.
Specialistische taken
Er kunnen zich binnen de regio diverse incidenten voordoen. Voorbeelden zijn verkeersongevallen met beknelling, ongevallen met gevaarlijke stoffen en diverse soorten branden. Om bij al deze verschillende incidenten met het juiste materieel en met de juist opgeleide en beoefenende mensen te komen zijn er specialistische taken. Een aantal van die taken zijn: duiken, gaspakinzet, redding (onder puin of op grote hoogte), blusboot en hoogwerker.
Aanvullend op de basis- en opgeschaalde zorg kunnen de specialistische taken worden uitgevoerd. De coördinatie van de specialistische taken wordt in de voorbereiding op incidenten gedaan door de regionale brandweer. De daadwerkelijke uitvoering van de specialistische taken gebeurt door de brandweerkorpsen van de regio Noord- en Midden Limburg.
Leiding en coördinatie
De operationele leiding tijdens incidenten wordt op diverse niveaus uitgevoerd. Afhankelijk van de grootte van een incident en de hoeveelheid mensen en materieel dat ter plaatse is, zijn er verschillende leidinggevenden.
Een bevelvoerder heeft de leiding over één tankautospuit. Daarbij kan hij tevens de leiding hebben over één of meerdere specialistische taken die hij of zij nodig heeft voor het incident.
Vanaf een middelincident, een ongeval met gevaarlijke stoffen of een ander complex ongeval (bijvoorbeeld verkeersongeval met beknelling) zal de officier van dienst (in vakjargon OvD) de operationele leiding hebben en vanaf het niveau “groot” zal een hoofdofficier van dienst (vakjargon HOvD) ter plaatse komen.
Pelotons en compagnieën
Als we te maken hebben met een grootschalige ramp of ongeval is het opschalingsniveau “zeer groot” niet altijd voldoende. De brandweer gaat dan over op het werken in pelotons- en compagniesverband. Daarbij bestaat een peloton uit 4 tankautospuiten met extra aanvulling en een officier van dienst (die dan pelotonscommandant heet). Een compagnie bestaat uit 2 pelotons met extra aanvulling. De hoofd officier van dienst heeft de leiding over een compagnie. Hij heet dan compagniescommandant.
Coördinatie, opleiden en oefenen van pelotons en compagnieën is een verantwoordelijkheid voor de regionale brandweer. De pelotons en compagnieën worden gevuld door de eenheden van de lokale korpsen in de regio.
Bijstand
Indien er een grootschalig incident plaatsvindt buiten de regio Noord- en Midden Limburg waarbij de getroffen regio niet genoeg brandweereenheden heeft om het incident te bestrijden kan er door onze regio bijstand geleverd worden. Er wordt dan gewerkt vanuit de pelotons en compagniesstructuur zoals hierboven weergegeven.
Het kan ook voorkomen dat juist onze regio getroffen wordt door een grote ramp. Dan kunnen andere regio’s ons bijstand leveren. Omdat onze regio ook grenst aan België en Duitsland zijn er internationale afspraken gemaakt over bijstand. Deze afspraken worden ook wel Euregionale afspraken genoemd. In Euregionaal verband kunnen wij dan internationale bijstand leveren of ontvangen. Voorbeeld hiervan is de bijstand uit o.a. Duitsland tijdens de hoogwaterperiodes in ’93 en ’95.